Vloerverwarming instellen: algemene richtlijnen en advies

Na het aanleggen van vloerverwarming krijgen wij regelmatig de vraag: op welke temperatuur moet ik mijn vloerverwarming instellen en waar moet ik rekening mee houden?

Het antwoord hangt onder andere af van de warmtebron, de gebruikte vloerverwarmingsverdeler, de opbouw van de vloer en het type vloerafwerking. Een cv-ketel, hybride warmtepomp en volledig elektrische warmtepomp werken namelijk niet met dezelfde aanvoertemperaturen.

Het is daarbij belangrijk om onderscheid te maken tussen drie verschillende temperaturen: de temperatuur die de warmtebron levert, de temperatuur van het water dat daadwerkelijk door de vloerverwarming stroomt en de uiteindelijke oppervlaktetemperatuur van de afgewerkte vloer.

Vloerverwarming met een cv-ketel

Bij traditionele cv-installaties komen relatief hoge maximale aanvoertemperaturen voor. Wanneer beneden vloerverwarming aanwezig is en boven bijvoorbeeld nog radiatoren worden gebruikt, is het verstandig om te bekijken of de maximale cv-temperatuur kan worden verlaagd.

Een instelling van ongeveer 50 tot 60 °C kan in veel woningen een bruikbaar uitgangspunt zijn, mits de woning hiermee ook bij koud weer voldoende warm wordt. Bij goed geïsoleerde woningen kan soms met een nog lagere watertemperatuur worden verwarmd.

Een hogere keteltemperatuur is dus niet automatisch beter. De optimale instelling is afhankelijk van onder andere de woning, isolatie, warmtebehoefte, radiatoren, vloerverwarming en regeling van de installatie. Er bestaat geen vaste cv-temperatuur die voor iedere woning de juiste is.

Let hierbij goed op het verschil tussen cv-water en tapwater. Het verlagen van de cv-aanvoertemperatuur staat los van de instelling van het warme tapwater.

Vloerverwarming met een warmtepomp

Een warmtepomp is ontworpen om efficiënt met relatief lage watertemperaturen te verwarmen. Bij vloerverwarming kan de aanvoertemperatuur bijvoorbeeld rond 35 tot 45 °C liggen en bij daarvoor geschikte installaties ook lager.

Een warmtepomp levert bovendien niet noodzakelijk voortdurend dezelfde aanvoertemperatuur. Afhankelijk van het type installatie en de toegepaste regelstrategie kan de benodigde aanvoertemperatuur onder andere worden aangepast aan de buitentemperatuur, de actuele warmtevraag en eventueel de gemeten ruimtetemperatuur.

Het uitgangspunt is dat met een zo laag mogelijke watertemperatuur toch voldoende warmte wordt afgegeven om de woning comfortabel te verwarmen. Een lagere benodigde aanvoertemperatuur is voor het rendement van een warmtepomp doorgaans gunstig.

Bij een hybride installatie werken warmtepomp en cv-ketel samen. Wanneer welke warmtebron wordt ingezet en welke watertemperatuur daarbij wordt geleverd, wordt bepaald door het systeem en de gekozen regelinstellingen.

Het is daarom bij een warmtepompinstallatie heel normaal dat de vloer niet voortdurend dezelfde temperatuur heeft. De vloer hoeft ook niet continu 28 °C te worden. Wanneer een lagere oppervlaktetemperatuur voldoende is om de ruimte comfortabel te verwarmen, is dat juist prima.

Een mengverdeler met thermostaatkraan

Bij veel bestaande vloerverwarmingsinstallaties treffen we een mengverdeler aan. Deze is vaak voorzien van een thermostaatkraan waarmee de temperatuur van het water naar de vloerverwarming wordt begrensd.

Een dergelijke verdeler is bedoeld om een hogere primaire watertemperatuur terug te mengen naar een voor de vloerverwarming geschikte temperatuur. Hiervoor wordt warmer aanvoerwater gemengd met koeler retourwater uit de vloerverwarming.

Wanneer de temperatuur van de warmtebron wordt verlaagd, verandert ook de werking van deze mengregeling. De cijfers op een thermostaatkraan moeten daarom niet zonder meer worden beschouwd als een exacte weergave van de werkelijke temperatuur van het water dat door de vloer stroomt.

Controleer daarom ook de daadwerkelijke aanvoer- en retourtemperaturen op de verdeler.

Een mengverdeler in combinatie met een warmtepomp

Wanneer een bestaande vloerverwarming met mengverdeler wordt aangesloten op een warmtepomp of hybride warmtepomp ontstaat een andere situatie. De warmtepomp levert doorgaans al water met een aanzienlijk lagere temperatuur dan waarvoor een traditionele mengregeling oorspronkelijk nodig kan zijn geweest.

In zo’n situatie kan het logisch zijn dat de thermostatische mengregeling geheel of vrijwel geheel open staat. De temperatuurregeling kan dan grotendeels vanuit de warmtepomp of het hybride systeem plaatsvinden.

Dit is echter afhankelijk van het type verdeler, de hydraulische opbouw en de regeling van de installatie. Een thermostatische mengregeling volledig openzetten is alleen verantwoord wanneer vaststaat dat de warmtebron en regeling de maximale aanvoertemperatuur naar de vloerverwarming voldoende begrenzen.

Bij moderne installaties die vanaf het begin voor een warmtepomp zijn ontworpen, wordt vaak een open verdeler zonder traditionele mengregeling toegepast. Meer informatie over aanleg, systemen en mogelijkheden leest u op onze pagina over vloerverwarming: kosten en techniek. Bij twijfel over een bestaande verdeler in combinatie met een warmtepomp adviseren wij de installatie door een deskundige te laten beoordelen.

Controleer eerst of de installatie technisch goed functioneert

Alle temperatuurinstellingen en meetwaarden gaan ervan uit dat de verwarmingsinstallatie technisch goed functioneert.

Het systeem moet correct gevuld zijn, op de voor de betreffende installatie voorgeschreven bedrijfsdruk staan en voldoende zijn ontlucht. Daarnaast moet er voldoende water door alle vloerverwarmingsgroepen kunnen circuleren.

Lucht of andere vrije gassen in het systeem kunnen de watercirculatie en warmteoverdracht verstoren. Hierdoor kunnen groepen onvoldoende opwarmen en kunnen afwijkende debieten, aanvoer- en retourtemperaturen en oppervlaktetemperaturen ontstaan.

Bij het vullen en ontluchten van vloerverwarming worden de afzonderlijke groepen daarom doorgaans één voor één doorgespoeld. Afhankelijk van de installatie kunnen daarnaast automatische ontluchters en lucht- of microbellenafscheiders worden toegepast.

Extra aandacht is verstandig wanneer de vloerverwarmingsverdeler lager is geplaatst dan delen van het leidingcircuit, bijvoorbeeld wanneer de verdeler zich in een kelder bevindt en de vloerverwarming op een hoger niveau ligt. Vrije lucht en gassen hebben de neiging zich op hoge punten in een hydraulisch systeem te verzamelen. Daarnaast kunnen in systeemwater opgeloste gassen onder invloed van temperatuur- en drukveranderingen tijdens bedrijf vrijkomen.

Een laag geplaatste verdeler betekent niet automatisch dat de installatie niet goed kan worden ontlucht. Wel maken de leidingloop, hoogteverschillen en aanwezige voorzieningen voor ontluchting en luchtafscheiding dan onderdeel uit van de technische beoordeling.

Wanneer een vloerverwarmingsgroep onvoldoende warmte afgeeft, moet daarom niet alleen naar de temperatuurinstelling worden gekeken. Ook onvoldoende doorstroming, lucht of gas in het circuit, systeemdruk, inregeling of een technisch probleem kunnen de oorzaak zijn.

Hoe stelt u een bestaande vloerverwarming in?

Zorg eerst dat er daadwerkelijk warmtevraag is en dat de vloerverwarming actief is.

Bij een traditionele cv-installatie met mengverdeler adviseren wij voorzichtig te werk te gaan en vanuit een lagere temperatuur naar boven toe in te regelen, in plaats van direct met een hoge temperatuur te beginnen.

Bij een verdeler met thermostaatkraan kan bijvoorbeeld rond 30 °C worden begonnen. Controleer vervolgens de werkelijke aanvoer- en retourtemperatuur en pas de instelling zo nodig stapsgewijs aan.

Geef de installatie na iedere wijziging voldoende tijd om te reageren. Vloerverwarming is een relatief traag verwarmingssysteem. Voor het beoordelen van aanvoer en retour kan relatief snel een bruikbaar beeld ontstaan, maar voor een representatieve beoordeling van de oppervlaktetemperatuur van de vloer kan aanzienlijk meer tijd nodig zijn.

De oppervlaktetemperatuur van de vloer

Voor houten en PVC-vloeren hanteren wij als algemene en voorzichtige praktijkrichtlijn een maximale oppervlaktetemperatuur van circa 28 °C.

Dit betekent niet dat de cv-ketel, warmtepomp of thermostaatkraan van de vloerverwarming op 28 °C moet worden ingesteld.

Het gaat om de daadwerkelijk gemeten temperatuur aan het oppervlak van de afgewerkte vloer wanneer de vloerverwarming warmte afgeeft.

Voor vloerafwerkingen kunnen verschillende productspecifieke maximale temperaturen gelden. Binnen de vloer- en parketbranche komen daarom ook lagere maximale oppervlaktetemperaturen voor. Wij hanteren circa 28 °C als voorzichtige algemene praktijkrichtlijn, maar wanneer de fabrikant van de betreffende vloer, lijm of het vloersysteem een lagere maximale temperatuur voorschrijft, is dat voorschrift leidend.

De 28 °C is dus een maximale richtwaarde en geen streeftemperatuur. Een vloer hoeft geen 28 °C te worden om een woning goed te verwarmen.

Zelf de oppervlaktetemperatuur controleren

Wie de installatie nauwkeuriger wil controleren, kan hiervoor een infraroodthermometer gebruiken.

Meet daarbij op verschillende plaatsen. Bij vloerverwarming is het normaal dat niet overal exact dezelfde oppervlaktetemperatuur wordt gemeten.

Het verwarmde water stroomt door leidingen in de vloer en geeft onderweg warmte af. De warmte verspreidt zich vervolgens door de dekvloer naar het vloeroppervlak. De vloerconstructie, leidingafstand, groepslengte, waterstroming en vloerafwerking hebben allemaal invloed op het uiteindelijke temperatuurbeeld.

Verwacht daarom niet dat de gehele vloer exact 28 °C is. Bij een goed functionerende installatie kan de gemiddelde oppervlaktetemperatuur aanzienlijk lager zijn.

Wanneer opvallend grote of onverwachte temperatuurverschillen zichtbaar zijn, kan dit aanleiding zijn om de installatie verder te laten controleren. Hieraan koppelen wij bewust geen vaste temperatuurgrens, omdat een temperatuurverschil op zichzelf onvoldoende is om vast te stellen dat er een storing of verkeerde instelling aanwezig is.

Waterzijdig inregelen

Een verwarmingssysteem kan professioneel waterzijdig worden ingeregeld. Hierbij worden de waterstromen door de verschillende groepen en verwarmingslichamen afgestemd op de benodigde warmteafgifte.

Ook vloerverwarming kan per groep en ruimte worden ingeregeld. De ene ruimte heeft immers een andere warmtebehoefte dan de andere. Een goede hydraulische balans kan bijdragen aan een gelijkmatiger comfort en een efficiënte werking van het verwarmingssysteem.

Bij bepaalde wijzigingen aan verwarmingsinstallaties is het hydraulisch in balans brengen van de installatie bovendien wettelijk voorgeschreven wanneer de installatie technisch over de benodigde regelmogelijkheden beschikt.

Voor het beoordelen en professioneel waterzijdig inregelen van een complete verwarmingsinstallatie adviseren wij een deskundige installateur of specialist in te schakelen.

Algemene richtlijnen, geen vaste instelling voor iedere woning

Bovenstaande temperaturen en instellingen zijn algemene richtlijnen en adviezen. Ze zijn niet bindend en vormen geen garantie dat dezelfde instellingen voor iedere installatie geschikt zijn.

Iedere woning en verwarmingsinstallatie is anders. De warmtebron, isolatie, warmtebehoefte, vloeropbouw, leidingafstand, groepslengtes, waterstromen, hydraulische balans, regeling en gebruikte vloerafwerking hebben allemaal invloed op het uiteindelijke resultaat.

De voorschriften van de fabrikanten van de warmtebron, vloerverwarmingsinstallatie, vloerafwerking en gebruikte materialen zijn altijd leidend wanneer deze afwijken van deze algemene richtlijnen.

Het belangrijkste is het onderscheid tussen de verschillende temperaturen: de temperatuur van de warmtebron is niet hetzelfde als de watertemperatuur door de vloerverwarming en deze is weer niet hetzelfde als de oppervlaktetemperatuur van de afgewerkte vloer.

Voor houten en PVC-vloeren hanteren wij als algemene, voorzichtige praktijkrichtlijn een maximale oppervlaktetemperatuur van circa 28 °C, tenzij voor het betreffende product een lagere maximale temperatuur wordt voorgeschreven.

Bronnen en verdere informatie

Wilt u weten welke instelling bij uw woning, warmtebron en vloer past? Neem contact op met Vloer & Design voor een beoordeling of advies op maat.

    Reageer op dit artikel

    Heb je een vraag of wil je reageren naar aanleiding van dit blogartikel? Laat hieronder je bericht achter. We nemen zo snel mogelijk contact met je op.

    Dit formulier gebruikt Akismet om spam te verminderen. Lees hoe je gegevens worden verwerkt.